Een paar jaar geleden zat ik tegenover een bestuurder. We hadden het over impactmeting. "Dat kan je niet zelf, hoor. Daar moet je de academische wereld bij betrekken. Zonder meerdere academici is het niet geloofwaardig." Ik knikte. Liet me intimideren. En legde me erbij neer dat een échte impactstudie wellicht een droom zou blijven.
In de jaren daarna dacht ik nog vaak terug aan dat gesprek. En aan hoe fout die reactie eigenlijk was. Hoe ze inspeelt op een ingebeelde zwakheid, en hoe ze een paar hardnekkige mythes verder betonneert. Tijd om die te busten.
Mythe 1: Impact meten moet complex zijn
Impact meten kán complex zijn, dat klopt. Maar het hoeft niet. Jij bent de expert in jouw interventie. Jij weet als geen ander hoe ze werkt en wat ze doet met de mensen die meedoen. Wat als we starten met drie eenvoudige vragen?
Wat voel ik? Elke organisatie met een maatschappelijke missie is ontstaan uit een verontwaardiging. Iets dat anders moest, beter moest. Dat buikgevoel probeer je in een missie of visie te gieten. Het is waar je elke dag voor opstaat. Dat is een krachtig vertrekpunt.
In de corporate wereld worden consultants duur betaald om de 'why' van bedrijven te vinden. Als je stofzuigers verkoopt, snap ik dat je moet graven naar dieperliggende drijfveren. In onze sector hoeven we niet ver te zoeken. We voelen ze elke dag.
Vanuit dat buikgevoel ben je dingen gaan organiseren: interventies, projecten, activiteiten. Draai die redenering eens om. Denk van je droom terug naar je praktijk. Dat is de ruwe blauwdruk voor je theory of change.
Daarnaast: probeer onder woorden te brengen wat je voelt wanneer je concreet met je doelgroep aan de slag bent. Daar zit de kiem van wat we output of outcome noemen.
Wat zie ik? Tijdens en na je interventie gebeurt er van alles. Mensen komen terug. Engageren zich verder. Haken af. Komen je iets vertellen. De deelnemer die altijd te laat was, is sinds kort op tijd. De stille begint te praten. Er gebeurt zoveel in onze stiel, en jij ziet het.
Wat als je daar een gewoonte van maakt? Een kort reflectiemoment, regelmatig, waarin je opschrijft wat je hebt zien gebeuren. Na verloop van tijd zie je patronen verschijnen. Pas dán is het zinvol om te systematiseren: gestructureerde vragenlijsten, interviews, tellingen. Vertrokken vanuit herkende patronen, niet vanuit een hypothese achter een bureau.
Wat weet ik? Je interventie is uniek. Maar er is een grote kans dat er vergelijkbare acties bestaan: zelfde doelgroep, zelfde motivatie, vergelijkbare praktijk. En dat betekent dat er professionals of wetenschappers met exact dezelfde vragen rondliepen als jij vandaag. Werkt dit eigenlijk wel?
Bouw verder op wat er al is. Herneem onderzoeksvragen die elders gesteld werden. Toets of je tot dezelfde conclusie komt — of net niet. Als een hypothese al breed onderbouwd is ("werk hebben leidt tot betere integratie"), dan mag je aannemen dat dit ook voor jouw context geldt.
Eén ding blijft cruciaal: wees eerlijk over je aannames en transparant over je bronnen.
Mythe 2: Zelf je impact meten is niet geloofwaardig
"Wij van WC-eend bevelen WC-eend aan." Die spot wordt soms, bewust of onbewust, gebruikt om impactcijfers van sociale organisaties te ontkrachten. Alsof je impact verzint omdat je financiers wil paaien.
Het antwoord op die kritiek is niet defensiever worden. Het is transparanter worden. Wees open over je meetmethoden, je bronnen en je aannames. Een eenmalig impactrapport is makkelijk weggewuifd. Maar een consistent format, jaarlijks herhaald, met dezelfde transparantie — daar heeft de cynicus geen vat op.
En wie je werk in twijfel trekt? Nodig hen uit om het tegendeel te onderbouwen. Op basis van evenveel openheid. Niet vanuit een dogma of een ideologie.
Mythe 3: Impactmeting moet meteen alles omvatten
Organisaties in het middenveld willen veel. Vaak ook tegelijk. Vanuit de drang om complexe problemen aan te pakken, doen we te veel ineens.
Bij impactmeting gebeurt hetzelfde. We willen de volledige organisatie in één oefening vatten. Geen project mag uit de boot vallen. We willen zo veel mogelijk resultaten aanleveren om onze relevantie te bewijzen.
Begrijpelijk. Maar ook verlammend. Impactmeting wordt zo een hels proces: eindeloos zoeken naar formuleringen, gigantische indicatorenlijsten, ingewikkelde keuzes. En vaak: stilstand.
Dus: stap voor stap. Zie het als een leerproces. Begin met één project. Breid uit op eigen tempo. Maar het belangrijkste:
Begin.
Wil je sparren over waar jouw organisatie zou kunnen starten? Een eerste gesprek met CIO is altijd gratis en altijd concreet.