Theory of Change: theorie op papier of echte impact in de praktijk?

Gepubliceerd op 20 februari 2026 om 14:25

Veel organisaties werken vandaag met een Theory of Change. Er wordt stevig nagedacht over BHAG’s, interventies, outputs, outcomes en indicatoren. En toch… zie je soms door de bomen het bos niet meer. Terwijl het daar net om draait: jouw missie om echte verandering te realiseren.


Hieronder vind je drie veelvoorkomende – en vaak onderschatte – valkuilen.

 

1. Onduidelijke als-dan-relaties


In veel TOC’s lees je zinnen als: “als dit gebeurt, dan volgt dat.” Ze klinken logisch. En ze kunnen waar zijn. Maar vaak blijven ze impliciet, moeilijk hard te maken en nog moeilijker te bewijzen.

Daarom sluipen formuleringen binnen zoals:

  • “het is algemeen geweten dat…”
  •  “dit zou moeten leiden tot…”
  • “onderzoek toont aan dat…”

Bijvoorbeeld:
Als mensen beter opgeleid zijn, dan zullen ze betere keuzes maken.
Maar: welke keuzes precies? Onder welke omstandigheden? En hoe toon je dat aan?


Voor een donor of beleidsmaker is het dan eenvoudig om je redenering in twijfel te trekken. En voor jou wordt het bijzonder moeilijk om er heldere indicatoren aan te koppelen. Het risico? Je meet wat meetbaar is – niet wat er écht toe doet. 


Je Theory of Change blijft dan een goed verhaal. Maar vooral: theorie.

 

Pro tip: Beter één heldere, aantoonbare als-dan-relatie dan vijf impliciete geloofsargumenten.

 

2. Wanneer outputs het werk van outcomes doen


Soms zie je in een TOC zinnen als:

  • “Onze workshops leiden tot gedragsverandering.”
  • “Onze training zorgt voor betere participatietrajecten.”


Zonder tussenstappen.


Bijvoorbeeld in een impactrapport:

  • Output: 20 trainingsmomenten over participatie voor 400 mensen
  • Outcome: Betere participatietrajecten in Vlaanderen

 

Wat wordt gemeten?
Het aantal trainingen. Het aantal deelnemers.


Wat wordt níét gemeten?
Of participatietrajecten effectief beter zijn geworden.
En trouwens: wat betekent “beter”? Hoeveel beter? Ten opzichte van welke beginsituatie?

 

Als een subsidiegever vraagt: “Hoe weet je dat participatietrajecten beter geworden zijn?” en het antwoord is: “Omdat ze de training gevolgd hebben.” Dan voel je het al: hier wordt output gemeten, niet de verandering.


Een sterke Theory of Change maakt expliciet:

  • welke tussenstappen nodig zijn,
  • welke gedrags- of systeemverandering je verwacht,
  • en hoe je die verandering concreet vaststelt.


3. Bijdragen is niet hetzelfde als veroorzaken


In ambitieuze TOC’s lees je soms: Onze interventie veroorzaakt deze verandering.
Ambitie is goed. Maar realisme is beter.


Je organisatie leeft niet op een eiland. Langetermijnveranderingen ontstaan meestal uit een complex samenspel van:

  • beleidskeuzes
  • gedragsveranderingen
  • economische prikkels
  • en inspanningen van andere spelers in je ecosysteem


In uitzonderlijke gevallen veroorzaakt jouw aanpak rechtstreeks een verandering. In de meeste gevallen draag je bij aan een bredere beweging.
Sponsors, subsidiegevers en beleidsmakers waarderen ambitie. Maar ze verwachten ook onderbouwde cijfers en geloofwaardige verhalen.


Een helder aantoonbare bijdrage aan systeemverandering is vaak sterker dan een opgeblazen claim over causale impact. Bovendien wordt meten en evalueren een stuk realistischer wanneer je onderscheid maakt tussen “veroorzaken” en “bijdragen”.


Beginnen is belangrijker dan perfect zijn


Denk je nu: pfoeh… waar begin ik aan?


Dat zou zonde zijn. Want ook jouw missie verdient het om zichtbaar, meetbaar en financierbaar te zijn.
Zoals bij alles begint verandering met een eerste stap. Op de website ontdek je hoe je die stap concreet zet.
En heb je nood aan een kritische blik of strategische begeleiding? Stuur me gewoon een mail,  of bel me even als je dat liever doet. ik denk graag met je mee.